In 1976 werd in Dranouter naar aanleiding van een tv-opname terug met een verdwenen traditie aangeknoopt: Borelle. Het gebruik bestond in het ontsteken van een vuur op de Waaienberg (een zijheuvel van de Monteberg) en het binnenbrengen ervan in het dorp. De laatste keer dat in Dranouter het vuur op de hoogte werd ontstoken was in 1905.

Niet alleen in het geboortedorp van Petrus Plancius vierde men het vuur. Dit oud Germaans gebruik bestond op meerdere plaatsen. Het was oorsponkelijk een feest ter ere van de vruchtbaarheid: vuur en rook verdreven de boze geesten en brachten voorspoed voor de gewassen, voor de dieren en voor de mensen. Rond het vuur werd er gedanst, en zodra het mogelijk was begonnen de feestvierders over en door de vlammen te springen. Ook het vee werd door het smeulende vuur gedreven en men maakte elkaars gezichten zwart met de as.

Borelle, Borelle, steekt het vuur in d'helle, werd er geroepen op de tocht naar het dorp, en op elke hoek werd een stropop in brand gestoken. Ook de jonkmans voelden hun lentebloed steigeren: zij zochten een zomerlief. Sommige vonden er meerdere.

De naam Borelle zou voortkomen van bralle. Bralle is een bundel stro die men op een perse stak en daarna in brand, om aldus een fakkel te hebben.

De overgang van de winter naar de lente was, vroeger meer dan nu, een echte bevrijding: er was langer licht, en eindelijk verdween de koude.

 

Aankondiging TV Westhoek Borelle 2012: